Lees het complete artikel op bovenstaande website!
27 november 2025
In de voormalige Nederlandse kolonie West-Papoea, nu bestuurd door Indonesië, neemt het geweld door de krijgsmacht tegen Papoea's toe. Nederland levert militair materieel aan de Indonesische marine. En nu blijkt uit nieuw onderzoek van Pointer dat de marine mensenrechten schendt in West-Papoea. We onderzoeken martelingen, huisuitzettingen en drone-bombardementen op een eiland waar internationale journalisten niet mogen komen. Moet Nederland wapenexportvergunningen intrekken?
Het is een warme avond in februari. Matrozen Albertus en Daniel Kaize hebben de avond aan land doorgebracht. Ze lopen door de straten van Wogikel, een dorp in Indonesisch West-Papoea. Ze zijn dronken, maken lawaai, en hebben de pech om langs de plaatselijke marinebasis te lopen.
Een paar militairen spreken de twee aan op hun lawaai. Er ontstaat een ruzie die uit de hand loopt, waarna Daniel en Albertus worden gearresteerd, vastgebonden en naar een donkere kamer op de basis worden gebracht. “Om uit te rusten”, verklaart de brigadier-generaal van de marinebasis na afloop. Niets is minder waar: de mannen worden gemarteld.
Diep in de nacht komen de broers pas weer op vrije voeten. Zwaar toegetakeld gaat het tweetal terug naar hun boot. Als Daniel later op de dag zijn broer wakker wil maken, is het al te laat. Op 22 februari 2023 overlijdt Albertus Kaize aan zijn verwondingen. Er wordt een onderzoek ingesteld naar twee marinesoldaten, maar twee jaar na dato is er nog altijd geen uitkomst.
In de voormalige Nederlandse kolonie West-Papoea, nu bestuurd door Indonesië, neemt het geweld door de krijgsmacht tegen Papoea's toe, concludeerde de VN-mensenrechtencommissaris deze maand.
Nederland is een belangrijke leverancier van materieel aan die Indonesische krijgsmacht, maar levert, zo lezen we in exportvergunningen, alleen aan eenheden “die niet betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen”, zoals de marine.
Nieuw onderzoek van Pointer wijst echter uit dat de marine wel degelijk een rol speelt bij mensenrechtenschendingen. Uit een analyse van sociale mediaberichten en niet eerder openbaar gemaakte beelden blijkt dat de marine verantwoordelijk is voor illegale uithuiszettingen en betrokken is bij marteling. Volgens experts moeten Nederlandse wapenexportvergunningen opnieuw worden onderzocht en zou Nederland meer diplomatieke druk op Indonesië kunnen uitoefenen.
West-Papoea is enorm grondstofrijk, wat een van de redenen is voor de de Indonesische militarisering van het eiland. Pointer onthult ook dat Nederlandse bedrijven verdienen aan palmolie en mijnbouw op West-Papoea, industrieën die bijdragen aan grootschalige ontbossing en ontheemding van Papoea's.
'Black box' West-Papoea
Na de Indonesische onafhankelijkheid in 1945 bleef West-Papoea – een gebied in voormalig Nederlands-Indië – onder Nederlands bestuur. Nederland beloofde autonomie. Maar de Verenigde Naties droeg West-Papoea later over aan Indonesië, en de afgesproken vrijheid bleef uit: Drie dagen na de overdracht verbood Indonesië alle Papoease politieke partijen, drukte de enorme vrijheidsbeweging met geweld de kop in en organiseerde een schijnreferendum.
Sinds de overname door Indonesië zijn naar schatting 100.000 tot 500.000 Papoea’s omgekomen en omgebracht. VN-experts en organisaties als Human Rights Watch en Amnesty melden dat Papoea’s nog altijd worden gemarteld, vermoord en onderdrukt. De grootste Papoea-diaspora buiten het eiland Nieuw-Guinea woont inmiddels in Nederland, ongeveer 3.000 mensen.
Het is niet makkelijk om informatie West-Papoea uit te krijgen. Internationale journalisten komen West-Papoea niet binnen, maar ook de VN-mensenrechtencommissaris is niet welkom. Lokale journalisten worden geïntimideerd; dit loopt van vandalisme tot een bom bij de voordeur.
Experts omschrijven West-Papoea als een ‘black box’. Norman Voss, directeur van Human Rights Monitor, een ngo actief in West-Papoea: “Het zou een no-go moeten zijn om wapens te sturen naar een land dat militair actief is in zo’n black box en bewust beleid voert om het een black box te houden. Al helemaal als er ondanks dat alsnog bewijs van geweld, onderdrukking en mensenrechtenschendingen naar buiten komt. Dan is dat dus het topje van de ijsberg.”
Voss voegt toe: “Welke andere landen verbergen plekken zoals Indonesië Papoea verbergt? Rusland doet dat met Tsjetsjenië, China met Xinjiang en Tibet. Het is een probleem van die schaal en orde.” Nederland exporteert naar Rusland en China geen militaire goederen. Voss vervolgt: “En dan blijft het geweld in Papoea vaak ook nog onbestraft. Ook dat zou een reden moeten zijn om geen militair materieel te sturen tot er betere accountability is.” Zelfs na de gruwelijke marteling van een Papoease burger door soldaten, die in 2024 viraal is gegaan in West-Papoea en Indonesië, is er niemand vervolgd. [waarschuwing]
Nederland belangrijke militaire leverancier
Nederlandse bedrijven exporteerden sinds 2001 voor meer dan 1,5 miljard euro aan de Indonesische krijgsmacht. Van 2009 tot 2019 was Nederland de op twee na grootste leverancier van militair materieel aan Indonesië, vlak achter Rusland en Zuid-Korea.
Nederland is vooral een grote leverancier van schepen, scheepsonderdelen en radars aan de Indonesische marine. Verder worden er 'dual use'-goederen, zoals drones, aan Indonesië verkocht.
Voor elke wapenexport is een vergunning nodig. Nederland geeft officieel geen exportvergunningen af “voor de uitvoer van militaire- of dual-use-goederen, wanneer die bijdragen aan mensenrechtenschendingen, interne repressie, internationale agressie of instabiliteit.” Dit beleid vloeit voort uit internationale en Europese regelgeving.
Joëlle Trampert, assistent-professor internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam, legt uit: “Er hoeft niet te worden bewezen dat de geleverde goederen inderdaad bijdragen aan deze schendingen; de relevante vraag is of er een duidelijk risico is. Als dat zo is, mag de uitvoer niet doorgaan.”
In openbare Kamerbrieven die Pointer leest bij de vergunningen die over Indonesië gaan, komen we altijd eerst een korte omschrijving tegen van mensenrechtenschendingen op West-Papoea, en dan een variant op deze zin: “De Indonesische marine is, voor zover bekend, niet betrokken bij bovengenoemde mensenrechtenschendingen.”
De rol van de marine op West-Papoea
Vanwege de eerdergenoemde ‘black box’ is de exacte rol van de Indonesische marine bij de repressie op West-Papoea moeilijk te onderzoeken. De regio wordt actief afgeschermd van journalisten en ngo’s. Maar wat weten we wel?
1. De marine breidt zijn operaties op Papoea uit
Door de in augustus 2025 aangekondigde ‘territoriale operaties’ neemt de aanwezigheid van de marine op en rond West-Papoea toe. Volgens Hersan, de verantwoordelijk admiraal, zijn de operaties van de marine bedoeld om lokale gemeenschappen te ondersteunen, infrastructuur te verbeteren en de staat dichter bij afgelegen gebieden te brengen.
Dat Indonesië zegt om veiligheidsredenen meer troepen naar Papoea te sturen, lijkt zonder kennis van het conflict geoorloofd. Militante vrijheidsstrijders vallen niet-inheemse Indonesiërs op Papoea soms aan of doden ze zelfs.
Maar deskundigen en ngo’s plaatsen dit in een ander licht: deze operaties leiden tot verdere militarisering van het gebied en een enorme toename van ontheemde burgers. Norman Voss van Human Rights Monitor: “De krijgsmacht runt vaak scholen en ziekenhuizen, maar neemt ook kerken of artsenposten in beslag als operationele basis. Dan eisen ze dat de burgers vertrekken, omdat de locatie een lokale commandopost moet worden.”
Toenemende aanwezigheid van militairen brengt volgens onderzoek van het Pulitzer Center en the Gecko Project enorme angst onder inheemse burgers: “Die angst is gebaseerd op decennia van staatsgeweld in Papoea en het uitblijven van straffen tegen daders. De krijgsmacht is betrokken geweest bij de marteling en buitengerechtelijke executie van inheemse Papoea's.”
2. Illegale uithuiszettingen door de marine
De Indonesische marine zet Papoea’s ook onrechtmatig uit hun huizen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de regio Manokwari. Daar kregen achttien families afgelopen zomer ineens een brief van de marine waarin stond dat ze moesten vertrekken, ondanks dat ze officiële toestemming hebben om daar te wonen. Pointer kreeg zowel het marine-bevel als de bewoningsvergunning in handen.
Het staat niet op zichzelf, zegt de Papoease advocaat, Yan Warinussy: “Deze bewoners zijn al meerdere keren uit hun huis gezet.” Warinussy heeft in het verleden meerdere bewoners bijgestaan. Niet zelden geeft de lokale overheid hem en de burgers gelijk: de marine heeft geen wettelijke basis heeft de bewoners uit hun huis te zetten.
De advocaat houdt zich al jaren bezig met dit soort zaken, ondanks intimidatie. Vorig jaar is hij zelfs beschoten, blijkt uit een brief van speciaal rapporteurs voor de VN aan Indonesië.
3. Marteling door de marine en straffeloosheid
Krijgsmacht-breed is geweld tegen burgers en activisten een probleem op Papoea, blijkt uit de documentatie van verschillende ngo's, waaronder Human Rights Watch. Vervolging van het leger na incidenten is zeldzaam.
De marteling op de broers Kaize, waarmee dit artikel begon, lijkt niet het enige recente geval van buitensporig marine-geweld. Afgelopen zomer zijn vier activisten van hun bed gelicht, naar eigen zeggen door een marine-eenheid die 2,5 kilometer verderop is gestationeerd. “We moesten onze handen opsteken, hurken en we kregen klappen. Daarna werden we in een vrachtwagen gegooid, onze handen vastgebonden met touw en op onze ogen werd ducttape geplakt,” vertelt een van de vier in een video.
In de wagen werden ze zo hevig toegetakeld dat twee van de mannen in hun broek plasten, zeggen ze. Daarna vertellen ze urenlang door de marine gemarteld te zijn, voor ze aan de politie werden overhandigd. Een van de activisten verloor het bewustzijn en was bang de nacht niet te overleven. Met hechtingen op hun gezicht en verwondingen over hun hele lichaam werden de mannen twee dagen later weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. De activisten zeggen niet te weten waarom ze zijn opgepakt. Tijdens de huiszoeking zou een kapmes zijn gevonden, de politie gebruikte dit naderhand als reden voor de arrestaties.
Na afloop heeft de militaire politie de slachtoffers gehoord, maar voor zover bekend is er nog altijd geen juridisch proces gestart tegen de daders. De Indonesische autoriteiten zwijgen over het incident.
Hieronder zijn foto’s te zien van de vier activisten voor het Yahikumo politiebureau, vermoedelijk net na vrijlating. Deze zijn de dag na de vermeende marteling gestuurd naar een ngo en het online archief Human Rights Monitor. Het politiebureau is te herkennen aan een brede rode gevelrand en tegels die ook zichtbaar zijn op online foto’s van het bureau.
Dezelfde dag is een video opgenomen voor het lokale hoofdkwartier van de activisten (te herkennen aan de blauwe randen rond de kozijnen), waarin ze vertellen over wat hen is overkomen. Hierin beschrijven ze hoe ze toegetakeld zijn door de marine. Pointer heeft de individuele getuigenissen beluisterd, waarin meerdere activisten los van elkaar bevestigen wat er is gebeurd.
