Wat hebben wij eigenlijk over voor de Papoea's die lijden onder Indonesische bewind? Afdrukken
maandag 06 mei 2019 06:17

ND – door Aad Kamsteeg – 6 mei 2019

Wat moet er in West-Papua nog meer gebeuren om Nederland een vuist tegen Indonesië te laten maken? Gert-Jan Segers van de ChristenUnie zei onlangs dat als het erop aankomt, mensenrechten belangrijker zijn dan handelsbetrekkingen. Tegenover Turkije haalde hij vorig jaar fors uit. Den Haag moest de dictatuur van Erdogan maar niet gaan helpen als het land werd aangevallen. Dat is nogal een uitspraak. Kernartikel 5 van de NAVO – een aanval op één is een aanval op allen – onderuithalen vanwege mensenrechten. En kortgeleden: ‘Optreden tegen financiering van moskeeën uit onvrije landen kan de diplomatieke en handelsrelaties schaden, bijvoorbeeld met Saudi-Arabië of Qatar. Dat zij dan maar zo.’ Oké, maar hoe zit het dan met Jakarta?

Of valt wat Indonesië in West-Papua doet, wel mee? See no evil is een recent boek dat Nederlandse parlementariërs zouden moeten lezen. ‘Blind voor het kwaad’, daarvan beschuldigt Maire Leadbeater Nieuw-Zeeland. In Wellington is men er zich heel goed van bewust dat, zoals zij dat noemt, in West-Papua slow genocide plaatsvindt. Maar vanwege Jakarta kijkt men de andere kant op. En Den Haag? Van wezenlijke druk op Jakarta is geen sprake.

Genocide wordt omschreven als ‘een systematisch en doelbewust geheel of gedeeltelijk vernietigen van een nationale, etnische, raciale of religieuze groep’. Nu zal er, anders dan indertijd over de Joden in nazi-Duitsland, in Jakarta geen document liggen waarin staat dat alle Papoea’s moeten worden gedood. Maar genocide kan wel het effect zijn van bepaald optreden. Leadbeater schrijft dat bij ongewijzigde politiek de Papoea’s als autonome etnische en culturele groep zullen verdwijnen. Volkenmoord ..., misschien niet als vooropgezet doel, maar als kennelijk voor Jakarta aanvaardbare uitkomst van gevoerd beleid sinds 1962.

In het buurland Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) wonen ook Papoea’s. Een instituut in Jakarta heeft de demografische ontwikkeling in beide gebieden vergeleken. Toen PNG in 1975 onafhankelijk werd, woonden aan zowel de ene als de andere kant van de grens ongeveer een miljoen Papoea’s. Evenveel dus. Anno 2019 is hun aantal in PNG toegenomen tot circa vijf miljoen. Maar in West-Papua is het aantal blijven steken op 1,2 miljoen. De conclusie kan moeilijk een andere zijn dan dat de Indonesische aanwezigheid een zware tol heeft geëist.

Volgens de allerlaagste schatting zijn sinds 1962, met toen zo’n 850.000 West-Papoea’s, 100.000 burgers verdwenen door allerlei Indonesisch geweld: moorden, bombardementen op dorpen, ziekte en honger in de jungle, vluchten naar PNG, hoge kindersterfte, dood door indertijd met Javaanse migranten meegekomen aids. Zonder vergoeding werd de Papoea’s duizenden vierkante kilometer grond afgenomen ten behoeve van grote industriële en landbouwprojecten. En intussen zijn de Papoea’s minderheid in eigen land geworden.

gevlucht met een houten bootje

In januari 2006 vluchtte Herman Wainggai met een simpel houten bootje vanuit Merauke naar Australië. Hij droeg een spandoek bij zich: Save West Papua soul from genocide. Wie luisterde? Iedereen herhaalt voortdurend dat Papua deel uitmaakt van de Republiek Indonesië. Maar Jakarta is in feite kolonisator: vreemde overheersing, onteigening van natuurlijke hulpbronnen, het opleggen van een vreemde ideologie en religie.

Wat hebben wij eigenlijk over voor de Papoea’s? Dit jaar een halve eeuw lang komen de Papoea’s nu vooral vreedzaam op voor het hun in 1969 ontstolen zelfbeschikkingsrecht. Met gevaar voor eigen leven. Want, zegt Leadbeater, iedereen die onafhankelijkheid wil, is voor Jakarta een separatist.

Tijdens de Koude Oorlog bezocht ik in Kopenhagen eens een Sacharov-hearing. Die was bedoeld om de Sovjet-Russische wandaden internationaal aan de kaak te stellen. Dat zou ook ten behoeve West-Papua een idee kunnen zijn. Wat zou er daar namelijk nog meer moeten gebeuren om onze relatie met Jakarta te laten bekoelen?

Aad Kamsteeg is oud-buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad. Hij schrijft twee keer per maand een column.

https://www.nd.nl/nieuws/columns/aad-kamsteeg-wat-hebben-wij-eigenlijk-over-voor.3366214.lynkx